Een bijzondere vondst …

Vindplaats van de mammoetschedel?
In 1820 werd bij Heukelum een schedel van een mammoet, de Mammuthus primigenius, gevonden. Het is de grootste mammoetschedel ooit gevonden in Nederland en hij is te bekijken in het Teylers Museum in Haarlem.
Rie van Hoogdalem-Duizer heeft in deel 2 van haar serie Heukelumse Krakelingen uitvoerig het verhaal van de vondst beschreven.
De geschiedenis begint op 26 januari 1820. Bij een zeer hoge waterstand van de Linge, brak bij Heukelum de Nieuwe Zuiderlingedijk door. Er ontstond een twintig meter diep gat op het land van Frans van Wilgen. Twee maanden later, op 23 maart, vonden Johan en Jacob van Gangelen in die put een enorm bot. Zij probeerden dat uit de grond te halen, maar het lukte niet.
De volgende morgen gingen zij terug met versterking om een nieuwe poging te wagen. Bij hun aankomst bleek Frans van Wilgen de beenderen al uit de grond gehaald te hebben. Hij had een bijzonder gave mammoetschedel blootgelegd. Ook vond hij een onderkaak met een kies, die later van hetzelfde dier afkomstig bleken te zijn.
De beide Van Gangelens meenden rechten te kunnen laten gelden met betrekking tot het vinden van de schedel. Op 11 juli 1821 werd de zaak in Gorcum berecht. Daarbij werd het eigendomsrecht toegekend aan de eigenaar van de grond, Frans van Wilgen.
De vondst haalde nationale en internationale kranten. Van Wilgen zei dat hij de schedel wilde verkopen aan geïnteresseerde mensen of misschien aan een natuurhistorisch museum. De directeur van het Teylers Museum, Martinus van Marum, reisde eind maart 1820 naar Heukelum af om de schedel te bekijken en te praten over de prijs. Maar helaas was Van Wilgen niet thuis, en zijn vrouw zei dat hij van plan was om de schedel eerst te laten zien op kermissen. Van verkoop kon ook nog geen sprake zijn, omdat de eigenaar van de grond en de vinder van de kop elkaar het eigendomsrecht van de vondst betwistten.
Na vier jaar, in 1824, werd de schedel verkocht op een veiling. De Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen uit Haarlem kocht de schedel voor 2.755 gulden, voor haar Naturaliënkabinet. Nadat het Naturaliënkabinet in 1866 gesloten was, bleef de schedel nog lang bij de Hollandsche Maatschappij, totdat het in 1885 werd geschonken aan het Teylers Museum.

De Mammoetschedel in het Teylersmuseum in Haarlem


Van twee kanten bekeken. Teylers Museum, Haarlem.
De vindplaats van de mammoetschedel
Aan de hand van een kadasterkaart (minuutplan) van Heukelum uit 1832 was het mogelijk de percelen te lokaliseren die Frans van Wilgen destijds in zijn bezit had en waar de mammoetschedel gevonden is.
Onderstaande kaart is de kadasterkaart uit 1832 met onderliggend de huidige kaart van OpenStreetMap. Hierop het land van Van Wilgen rood omlijnd. We weten niet precies waar op zijn land de schedel is gevonden, maar naar alle waarschijnlijkheid is het aan de kant van de Nieuwe Zuiderlingedijk. De coördinaten van het rode kruisje zijn 51,867 – 5,085.

Overigens is dit niet precies de plek waarvan lange tijd gedacht is dat het de vindplaats van de mammoetschedel was: “bij een wiel langs de Nieuwe Zuiderlingedijk”, doelend op een van de watertjes langs de dijk, die ook te zien zijn op de kaart. Maar uit de kadasterkaart blijkt dus dat deze watertjes niet het twintig meter diepe gat betreffen dat gevormd werd op het land van Frans van Wilgen in 1820 en waarin de mammoetresten werden gevonden.
Het verhaal van de mammoetschedel is ook te vinden op de website van SRC, de streekomroep voor Buren, Culemborg, Neder-Betuwe, Tiel, Vijfheerenlanden en West Betuwe:
