In Memoriam Bertus de Groot (1923-2026)

door zijn zoon Jan de Groot

Bertus Johannes de Groot is op 1 november 1923 (uiteraard) in Heukelum geboren. Hij kwam ter wereld als het tweede kind van Jan A. de Groot (Jan de Kolenboer) en Heiltje B. van Eijken, een zuster van bakker Jan van Eijken uit de Gasthuisstraat, het huis en de bakkerij naast de rijtuigschuur van de dokter. Bertus had een oudere broer, Kees, en een jongere zus Bertha (Bep).

Mijn opa was een bekende figuur in het stadje…. hij was naast zijn vak als kolenboer ook tijdelijk gemeente-ontvanger en kerkrentmeester. Voor dat laatste is hij in 1966 net voor zijn overlijden nog geridderd. Naast een zakelijk instinct bezat opa ook een soort humor met schelmenstreken …

Met name in de crisisjaren voor 1939 moet Bertus geleden hebben onder het ontvangerschap van zijn vader, toen arme gezinnen aan de Lingewal met een paar kwartjes de week door moesten komen. Bertus was een introverte man, en kon daar niet goed mee omgaan. Hij kon hierdoor ook de ouderlijke woning aan de Lingewal niet goed waarderen, net als zijn zus die er hetzelfde probleem mee had. Inmiddels wonen wij (mijn vrouw en ik) alweer 15 jaar in dit huis en wilde vader er ook in zijn laatste jaren maar weinig komen.

Wat hem verder getekend heeft, is het vroeg sterven van zijn moeder; zij is net na de oorlog in 1945 overleden. Vader vond dat heel moeilijk, ook voor hemzelf … Hij zei tegen mij dat zijn vader “Jan de Kolenboer“ niet veel meer van zijn leven heeft gemaakt en er op alle gebied een potje van maakte, waar hij en zijn zuster Bep onder hebben geleden.

Ik kan me nog herinneren dat mijn opa de laatste jaren van zijn leven bij ons in huis woonde. Dat legde op mijn ouders Bertus en Adrie een flinke druk en ze waren druk in de weer met een veeleisende man, die allerlei kwalen had door zijn ondoordachte levenswandel.

Nadat Bertus de lagere school doorlopen had, ging hij naar de ULO en later de HBS in Gorinchem. Hij haalde zijn eindexamen in 1941, toen de oorlog begonnen was. In de oorlog werd het hem in Heukelum vanwege de Arbeitseinsatz te heet onder de voeten en op een nacht is hij met medewerking van oom Kees op de fiets naar Amerongen gegaan. Daar heeft hij ca. tien maanden ondergronds geleefd, letterlijk en figuurlijk een donkere tijd in zijn leven.

Toen hij geen risico meer liep om opgepakt te worden, is hij teruggekomen en is kort daarna als aankomend archivaris gaan werken, in eerste instantie in Kedichem (als volontair) en daarna ruim een jaar in Schoonrewoerd. In 1943 begon hij als archivaris bij de Gemeente Leerdam, waar hij tot zijn pensioen in 1981 onafgebroken heeft gewerkt. Wij plaagden hem de laatste jaren wel, door te zeggen dat hij langer met pensioen was geweest, dan in loondienst gewerkt had…..

Door zijn functie als archivaris en vanwege zijn buitengewone interesse voor oudheidkundige zaken, heeft hij een enorme kennis ontwikkeld op het gebied van genealogie, de historie en actuele zaken van ons stadje, oorlogen en boerenzaken, rechtspraak, wapenkundige materie en geografie. Hij volgde op deze gebieden vrijwel alles en was voor veel mensen een luister- en informatiepunt.

Begin jaren ‘50 kreeg hij verkering met Adrie Heikoop uit Leerbroek en in 1955 zijn ze getrouwd. Nadat ze in eerste instantie aan de Groenewal op nummer 35 (naast de boerderij van Joop de Snor) gewoond hebben, konden ze in 1969 verhuizen naar Groenewal 8, de oude woning van veldwachter Lakerveld. Inmiddels waren er twee zoons, te weten Jan, geboren in 1958, en Dick uit 1960.

Het moet gezegd worden dat het jonge gezin een onbezorgde tijd in Heukelum gekend heeft, met name door de mooie ruime woning, een mooie tuin en een zorgenvrije jeugd- en gezinssituatie. Vader zat veel met zijn neus in de oudheden en besteedde vele duizenden uren in zijn kantoortje, met allerlei zaken zoals hiervoor omschreven … Moeder zorgde dan ook vrijwel in haar eentje voor onze opvoeding en het verdere gezinsleven, waarbij wij als kinderen reeds een sterk gevoel van taakbewustheid en verantwoordelijkheid bijgebracht kregen.

Verder herinner ik me van die onbezorgde jaren vooral de vele vakanties, met name die naar het buitenland: treinreizen naar Zwitserland, Boulouris (Frankrijk) en het Lago Maggiore (Italië), vaak met kennissen en directe ooms en tantes, en de wintersporten, met name die in Ehrwald, waar we vele jaren met allerlei familieleden bivakkeerden ….

Vader was naast dit alles sportief. Hij zwom jarenlang na zijn werk aan het eind van de dag enkele kilometers in het zwembad in Asperen en schaatste met ons als het kon. Hij had ook een brede interesse voor de natuur en met name de dierenwereld. Ik herinner me nog dat we in die tijd veel deden aan het spotten van reigers, uilen en spechten etc., zowel in het Bos bij het Kasteel als bij het Zuigersgat bij de Koornwaard.

Brengt mij bij zijn grote interesse, het oude stadje Heukelum. Omdat vader van oudsher een veelheid aan documenten, stukken en akten bezat is hij hier jaren de animator geweest. Eigenlijk ontstaan in de jaren 50 en 60, toen hij o.a. in 1968 in het Comité van Herstel van de NH Kerk plaats nam. Zijn kennis en geheugen waren hierbij onmisbaar.

In 1974 heeft hij met zeven stadsgenoten de Stichting Vrienden van Oud Heukelum opgericht. Deze stichting dreef jaren op zijn kennis en enthoushiasme. Mede door de inspanningen van de stichting is voorkomen dat het Oude Stadhuis van Heukelum werd gesloopt. Door het dalend aantal bestuursleden (er waren er vanaf medio 2003 nog maar twee: naast Bertus alleen nog Dick Verhoeven) had de stichting jarenlang een slapend karakter.

Verder waren wij (vader en ik) vele jaren te gast op Kasteel Heukelum, eerst bij Baron Rudolf van Heeckeren en later bij de familie Ruyten, waar wij honderden uren gespendeerd hebben en in zijn ogen nuttig werk hebben gedaan. Vader heeft in zijn laatste jaren in Heukelum, zowel met de familie Ruyten en anderen vrijwel het gehele kasteelsarchief geordend en in kaart gebracht. Het is mede aan hem te danken, dat deze ruimte er thans nog geweldig uitziet, en een mooi overzicht van de oudheidkunde van ons slot ontstaan is.

In de loop der jaren schreef hij tientallen artikelen voor nieuwsbladen, de stichting, collega-verenigingen en allerle andere instanties, en hij was regionaal hoog aangeschreven. Legendarisch was zijn actie om op 78-jarige leeftijd nog aan een boek over Heukelum te beginnen. Het boek Heukelum – Hoogte in water en vuur zag het lenvenslicht in 2004 en er zijn ruim 400 exemplaren van verkocht. Moeder klaagde in die jaren wel eens: je vader zit meer in zijn werkkamertje, ik zie hem soms dagen niet.

In de beginjaren van de 21e eeuw, vader en moeder waren bijna 80 jaar, ging het vele werk aan Groenewal 8, de grote tuin en de leeftijd van beiden een rol spelen, en werd er naar een oplossing voor dit geheel gezocht. Dick en ik hebben vergeefs nog naar een tuinman gezocht, een werkster was er gelukkig al langer.

Vader hield op alle fronten graag het heft in handen en hield er niet van (voor hem) vreemde mensen in zijn directe omgeving te hebben om te helpen. Na het aandragen van enige opties voor met name het werk in de tuin, die niet tot succes hebben geleid, ben ik in het najaar van 2002 op een nieuw appartementencomplex in Leerdam-Noord gestuit. Met name moeder was van dit grote appartement onder de indruk, niet in het minst door het uitzicht op haar uit haar jeugd geliefde Leerbroek. Het bleek een uitstekende keus met name ook voor hun geestelijke gezondheid en moraal. In het zorgdossier van hen stond met vette letters: LET OP dhr. en mevr. de Groot zijn beslist niet dement! Je kon hen dus geen knollen voor citroenen verkopen, dat was duidelijk …

Na ampel overleg werd besloten dit appartement te kopen, en zij hebben hier vanaf medio 2003 nog bijna 20 jaar gelukkig en gezond geleefd, alhoewel vader zijn moestuin node miste. Hij had er echter wel een soort zelfstandige archiefruimte met vele boekwerken en stukken.

In het jaar 2022 hebben wij met zeven Heukelummers (uiteraard op aandringen van vader) de Stichting Vrienden van Oud Heukelum nieuw leven ingeblazen, en zijn we op moderne basis bezig de historie en kenmerken van Heukelum, zijn inwoners en zijn karakteristieke uiterlijk voor het nageslacht te bewaren. En vader?

Hij vond het prachtig natuurlijk en roemde ons, zij het dat hij natuurlijk als altijd bijtende kritiek had op zaken die in zijn ogen niet deugden. Zo is hij jarenlang bezig geweest met allerlei plaatselijke gezagsdragers, met name over zijn bezwaar tegen de verandering van drie straatnamen in de oude
kern van Heukelum om de verzetsstrijders Evert Nool, Marinus Visser en Arend Zeemering te eren. In zijn optiek zouden de historische namen Achtersteeg, Kruisstraat en Schoolsteeg weer in ere hersteld moeten worden. In oktober 2025, bij de onthulling van de informatieborden in Heukelum, begon hij er weer over tegen wethouder Stappershoef: het zat hem nog steeds hoog!

“De benaming van die straten is een historische fout welke jullie daar gemaakt hebben, onvergeeflijk. Jullie doen maar wat daar bij die gemeente …”

De wijziging van de straatnamen heeft pa niet meer meegemaakt, en het is nog maar de vraag of dit ervan komt; ambtelijke molens draaien langzaam, en vader besefte niet, dat de tijd verder draait en eenvoudige zaken vaak veel diepere gevolgen hebben.

Op 24 januari 2026 is Bertus overleden. Hij had inmiddels vier kleinkinderen en vier achterkleinkinderen, op wie hij ontzettend trots was.

Heukelum, april 2026